Scheelzien

Scheelzien is wanneer de ogen van iemand niet in dezelfde richting kijken. Lees hier alles over symptomen, diagnose en behandeling.

Scheelzien onder de loep

Bij scheelzien staan je ogen niet goed op één lijn. Normaal gezien kijken de ogen van mensen tegelijk in dezelfde richting. Maar als je scheelziet, beweegt het ene oog (of beide) in een andere richting. Het kan problemen met je zicht veroorzaken.

Oogspieren en scheelzien

Begrijp scheelzien: leer over de zes belangrijkste oogspieren.

  1. 1 van 6

    Musculus oblicus superioir

    Draait het oog naar binnen en omlaag.

  2. 2 van 6

    Musculus oblicus inferior

    Draait het oog naar buiten en naar boven.

  3. 3 van 6

    Musculus rectus superior

    Trekt het oog omhoog om naar de lucht te kijken.

  4. 4 van 6

    Musculus rectus inferior

    Trekt het oog naar beneden om naar de grond te kijken.

  5. 5 van 6

    Musculus rectus lateralis

    Trekt het oog naar buiten, om richting je oor te kijken.

  6. 6 van 6

    Musculus rectus medialis

    Trekt het oog naar binnen om naar je neus te kijken.

Wat is scheelzien?

Scheelzien, of strabismus, is een probleem met één of beide ogen waardoor ze niet op één lijn staan. Ze komen vaker voor bij kinderen, maar volwassenen kunnen er ook last van hebben.

Er zijn verschillende benamingen voor scheelzien. Mensen zeggen ook wel 'loensen' of spreken van scheelkijken. Mensen verwarren scheelzien vaak met een 'lui oog' — ze lijken misschien op elkaar, maar het zijn verschillende oogafwijkingen.

Scheelzien bij kinderen

Bij kinderen begint scheelzien meestal vanaf de leeftijd van vijf jaar. Het hangt vaak samen met problemen met je zichtscherpte zoals bijziendheid of verziendheid. — het oog probeert mogelijk dit probleem te compenseren. Er zijn ook andere oorzaken. Bij hele jonge baby's (onder de 3 maanden) komt scheelzien redelijk vaak voor en is het meestal geen reden tot zorg. Maar als het scheelzien blijft optreden naarmate ze ouder worden, neem dan contact op met de huisarts van je kind of het consultatiebureau.

Scheelzien bij volwassenen

Bij volwassenen hangt scheelzien vaak samen met gezondheidsproblemen. Sommige mensen krijgt er bijvoorbeeld last van na een beroerte of een fysieke verwonding.

Scheelzien is niet hetzelfde als een 'lui oog'

Mensen verwarren scheelzien vaak met een 'lui oog' (amblyopie). Hoewel ze wat op elkaar lijken, zijn het verschillende oogafwijkingen. Lees meer over lui oog.

Laat ons voor je ogen zorgen

Lijkt het alsof je kind scheelziet? Oogartsen en orthoptisten kunnen verschillende soorten effectieve behandelingen voor scheelzien aanbieden.

Zie meer

Wat deskundigen zeggen over scheelzien

In deze korte video legt een van onze optometristen meer uit over de oorzaken van scheelzien, de symptomen en één van de belangrijkste behandelopties.

Verschillende vormen van scheelzien

Er zijn verschillende vormen van scheelzien, afhankelijk van de richting waarin het scheelziende oog kijkt. Exotropie (oog dat naar buiten staat) en esotropie (oog dat naar binnen staat) komen het meest voor. Hier zie je hoe verschillende vormen van scheelzien eruit kunnen zien.

  • Scheelzien – niet goed uitgelijnde oogspieren

  • Exotropie – wanneer het oog naar buiten is gericht

  • Esotropie – wanneer het oog naar binnen is gericht

  • Hypertropie – wanneer het oog naar boven is gericht

  • Hypotropie – wanneer het oog naar beneden is gericht

  • Cyclotropie – wanneer het oog gedraaid is (torsie)

Symptomen van scheelzien

Het meest voor de hand liggende symptoom van scheelzien is dat iemands ogen niet op één lijn staan. Het kan voortdurend voorkomen, of het kan komen en gaan. Scheelzien kan echter subtiel zijn en je kunt het niet altijd zien door alleen maar te kijken.

De symptomen van scheelzien zijn vergelijkbaar bij kinderen en volwassenen. Het grote verschil is dat volwassenen zich vaker van de veranderingen in hun zicht bewust zijn. In tegenstelling tot heel jonge kinderen kunnen ze hun klachten ook makkelijker omschrijven. Hieronder staan enkele van de belangrijkste symptomen van scheelzien.

  • Niet uitgelijnde ogen. Eén of beide ogen kunnen naar binnen draaien (esotropie), naar buiten (exotropie), omhoog (hypertropie), omlaag (hypotropie) of gedraaid zijn (cyclotropie).

  • Hoofdhouding. Mensen met scheelzien kantelen soms hun hoofd om hun zicht te verbeteren.

  • Veranderingen in het zicht. Mensen met scheelzien kunnen dubbelzien, wazig zicht hebben of moeilijk diepte kunnen inschatten. Volwassenen merken deze veranderingen zelf vaker op. Bij jonge kinderen wordt een scheelzien vaak als eerste opgemerkt op foto’s.

  • Gevoel in de ogen. Sommige mensen merken een trekkerig gevoel rondom hun ogen.

  • Het oog sluiten. Soms vinden mensen die scheelzien vinden het handiger om het scheelziende oog te sluiten, zodat zij zich beter kunnen concentreren op dingen.

Zie meer

Wat veroorzaakt scheelzien?

Het is niet altijd duidelijk waarom iemand scheelziet. Sommige mensen worden er mee geboren, anderen krijgen het later in het leven. Soms erf je het (het komt in families voor), maar soms is er geen duidelijke reden waarom iemand scheelziet. Dit zijn de veelvoorkomende oorzaken van scheelzien bij kinderen en volwassenen.

Wat veroorzaakt scheelzien bij kinderen?

Zichtproblemen. Kinderen kunnen scheelzien omdat ze proberen een zichtprobleem te compenseren. Als een kind bijziendheid, verziendheid of zelfs een cilinderafwijking (astigmatisme) heeft, kan het ene oog afwijken.

  • Infecties: Infecties zoals mazelen, meningitis of andere virale infecties kunnen een rol spelen.

  • Problemen met de oogspieren: Soms kunnen problemen met de oogspieren van het kind de oorzaak van het scheelzien zijn. Lees meer over de anatomie van het oog.

  • Genetische aandoeningen: Sommige genetische aandoeningen, waaronder het syndroom van Down en het Noonan‑syndroom, maken het waarschijnlijker dat een kind scheel kan zien.

  • Erfelijkheid: Soms is scheelzien erfelijk: Onderzoek laat zien dat iets meer dan 30% van de mensen met scheelzien een naaste heeft die ook scheelziet.

  • Andere aandoeningen gerelateerd aan vroege ontwikkeling: Kinderen met aandoeningen zoals cerebrale parese of hydrocephalus kunnen scheelzien ontwikkelen.

Wat veroorzaakt scheelzien bij volwassenen?

  • Verwondingen: Je kunt scheel gaan zien na een verwonding aan het oog of hoofd die je oogspieren of zenuwen beschadigt.

  • Beroerte: Onderzoek laat zien dat meer dan 16% van de mensen die een beroerte hebben gehad scheelzien kan ontwikkelen. De beroerte kan schade aan je oogspieren of zenuwen veroorzaken, wat resulteert in scheelzien.

  • Andere aandoeningen: Enkele andere aandoeningen kunnen bij volwassenen scheelzien veroorzaken, waaronder de ziekte van Graves, neurologische aandoeningen en diabetes. Lees meer over diabetische retinopathie.

Scheelzien en zelfvertrouwen

Scheelzien bij kinderen

Scheelzien kan lastig zijn, zeker voor kinderen. Het kan invloed hebben op hoe andere kinderen met je kind omgaan en het kan het lastiger maken om dingen op school goed te zien. Dit kan leiden tot frustratie of leerproblemen. Behandelingen tegen scheelzien werken vaak heel goed, zeker als ze vroeg beginnen. Als je je zorgen maakt over de ogen van je kind, maak dan een afspraak bij de huisarts — dat is een goede eerste stap.

Zie meer

Hoe wordt scheelzien gediagnosticeerd?

Scheelzien wordt vastgesteld tijdens een oogonderzoek.

  • Medische voorgeschiedenis: De oogarts of orthoptist vraagt je klachten en naar een eventuele familiegeschiedenis van scheelzien. Ze kunnen ook vragen naar gerelateerde klachten, zoals hoofdpijn of dubbelzien.

  • Algemeen onderzoek: De oogarts of orthoptist onderzoekt het oog om te zien of er duidelijk sprake is van scheelzien of andere onregelmatigheden.

  • Prisma‑tests: Je wordt gevraagd om een speciale bril te dragen zodat de samenwerking van de ogen kan worden gecontroleerd. Ze kunnen deze tests gebruiken zoals de Krimsky of de prisma‑bar cover test.

  • Stereoacuïteitstest: Mensen met scheelzien kunnen moeite hebben met diepte (hoe ver weg zijn 3D‑objecten). Er zijn verschillende stereoacuïteitstests waarbij je naar beelden of stippen kijkt en zegt wat je ziet.

  • Cover test: Je kijkt naar een voorwerp terwijl één oog afgedekt is. Hierbij wordt gekeken hoe het niet‑afgedekte oog beweegt om tekenen van scheelzien op te sporen.

  • Lichtreflex‑testen: Bij deze test kijk je recht naar een lichtpuntje. Als de ogen goed uitgelijnd zijn, kaatst het licht recht terug; als ze niet goed uitgelijnd zijn, reflecteert het licht weg.

  • Visustest: Je zicht op ange afstand en op korte afstand wordt gecontroleerd met een snellenkaart.

Hoe wordt scheelzien behandeld?

Het is heel belangrijk dat een oogarts of orthoptist scheelzien behandelt, want het verdwijnt niet vanzelf en er zijn geen 'huismiddeltjes' die het kunnen oplossen. Als het niet behandeld wordt, kan het erger worden en leiden tot langdurige problemen met het zicht. Hieronder staan enkele veelvoorkomende behandelingen bij scheelzien.

  1. Bril bij scheelzien: Een bril die het scheelzien corrigeert kan helpen bij scheelzien als het wordt veroorzaakt door een probleem met het zicht, zoals myopie (bijziendheid). Door een bril te dragen hoeven de ogen minder moeite te doen om te focussen, waardoor ze zich beter gaan richten. De orthoptist kan ook een speciale prisma‑bril voorschrijven die het licht voor het oog met het scheelzien buigt, wat kan helpen om duidelijker te zien.

  2. Oogoefeningen bij scheelzien: Oefeningen zoals 'pen tot neus' (een potlood langzaam naar je neus bewegen) of afwisselend dichtbij‑veraf scherpstellen kunnen de samenwerking van de ogen en de controle van de oogspieren verbeteren bij mensen met scheelzien.

  3. Injecties: Injecties in de oogspier kunnen op korte termijn helpen door de spieren iets te verzwakken, zodat het oog zich beter kan uitlijnen.

  4. Operatie: Een operatie kan een optie zijn als andere behandelingen niet helpen bij scheelzien. Bij de ingreep verplaatst de chirurg de spieren die het oog aansturen, zodat het oog zich weer goed kan richten.

  5. Ooglapje: Een ooglapje wordt over het gezonde oog geplaatst. Dit 'traint' het zwakkere oog om harder te werken, wat kan helpen het onderliggende probleem aan te pakken.

Zie meer

Wat zijn de vooruitzichten voor kinderen met scheelzien?

Hoewel het afhangt van de onderliggende oorzaken, is de behandeling van scheelzien vaak zeer effectief. Als scheelzien zich in de vroege kinderjaren ontwikkelt en het kind vroeg wordt behandeld, kan het probleem meestal worden verholpen en blijft het kind op de lange termijn goed zien.

Daarom is het zo belangrijk om de ogen van kinderen vroeg te laten controleren. Als je bij een kind symptomen van scheelzien opmerkt, neem dan contact op met de huisarts.

Antwoorden op je vragen over scheelzien

We helpen je graag met je zicht

Merk je een verandering in je zicht? Of het nu iets nieuws is of iets waar je al langer last van hebt, we helpen je graag verder.

Ontdek meer over zicht

  • Rode ogen

    Rode ogen kunnen een teken zijn van irritatie, ontsteking, infectie of allergie.

    Lees meer
  • Tranende ogen

    Waterige ogen treden op als er te veel tranen ontstaan

    Lees meer
  • Een oogmeting bij Specsavers

    Een oogmeting van Specsavers helpt je zo scherp mogelijk te blijven zien.

    Lees meer
Bronnen die we hebben gebruikt

Cleveland Clinic (2023) scheelzien (afwijking in de uitlijning van de ogen). Beschikbaar op: https://my.clevelandclinic.org/health/diseases/strabismus‑eye‑misalignment

Huang, T., en Pineles, S., (2023) scheelzien en psychiatrische aandoeningen bij kinderen: een literatuuroverzicht. Beschikbaar op: https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10136741/

NHS (2025) Scheelzien. Beschikbaar op: https://www.nhs.uk/conditions/squint/

NICE (2024) Scheelzien bij kinderen. Beschikbaar op: https://cks.nice.org.uk/topics/squint‑in‑children/

Rowe, F. (2009) Het profiel van scheelzien bij mensen die een beroerte hebben overleefd. Online beschikbaar: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/19521433/

Sanchez, M., en Whitman, M. (2023) Genetica van scheelzien. Online beschikbaar: https://www.frontiersin.org/journals/ophthalmology/articles/10.3389/fopht.2023.1233866/full